aex optie koersen

gratisstartpagina.nl

De Gratis Startpagina website van Nederland
 

Handige links

Menu

Paginanaam nog vrij?

Paginanaam:

.gratisstartpagina.nl

Overzicht

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0
 
 
AEX optie koersen

AEX Traden

Opties

Een optie is een recht. Een recht om iets te kopen of verkopen. Dit recht kan worden verkregen tegen betaling van een bedrag in geld: de optiepremie. Opties hebben een aflopende geldigheidsduur: de looptijd van de optie. De koper van een optie mag tijdens of bij afloop van de looptijd eenmaal gebruik maken van zijn optierecht. Gebruik maken van dat recht heet "uitoefenen" van de optie. Soms is het niet lonend om een optierecht uit te oefenen. In dat geval kan de houder van een optie zijn recht laten aflopen (expireren). De expiratiedatum is altijd de derde vrijdag van de maand waarin de optie afloopt. De optie verliest na deze datum haar waarde.

Datgene wat op grond van het optierecht mag worden gekocht, heet de onderliggende waarde. Bij aandelenopties is dat altijd 100 aandelen per optiecontract. 100 is in dit verband de contractgrootte. De noteringseenheid is de eenheid waarop de genoteerde optiepremie betrekking heeft. Bij aandelenopties is dat een aandeel. De waarde van een contract is bij aandelenopties dus 100 (contractgrootte) * de genoteerde premie.

Het bedrag waarvoor de onderliggende waarde mag worden gekocht of verkocht, wordt de uitoefenprijs genoemd. Er bestaan zowel koopopties (call-opties) als verkoopopties (put-opties). Opties die voldoen aan dezelfde kenmerken worden een optieserie genoemd. De KLM call april 30 is een voorbeeld van een serie. Hierbij verwijst april naar de afloopmaand en 30 euro naar de uitoefenprijs. De houder van deze optie heeft het recht, om tot en met de derde vrijdag van april 100 aandelen KLM te kopen voor 30 euro per stuk. Bij ieder optietransactie zijn twee partijen betrokken: de koper van de optie enerzijds en de verkoper of schrijver van de optie anderzijds. Er zijn dus in de optiehandel vier basisposities te onderscheiden: het kopen of schrijven van call-opties en het kopen of schrijven van put-opties.

Call Opties AEX
Call-opties
De koper van een call-optie krijgt het recht om de onderliggende waarde van de optie gedurende de looptijd voor een bepaald bedrag (de uitoefenprijs) te kopen. Voor dat recht betaalt hij premie. De schrijver van een call-optie neemt een leveringsplicht op zich. Desgevraagd zal hij de onderliggende waarde aan de koper van de call-optie moeten leveren tegen de uitoefenprijs. Hij ontvangt voor deze verplichting de optiepremie. Bij call-opties geldt dus: tegenover het kooprecht van de koper staat een leveringsplicht voor de schrijver. Voorbeeld Als voor beeld nemen we de Philips call april 80. De koper van deze optie heeft premie betaald en mag gedurende de looptijd 100 aandelen Philips kopen voor 80 euro per aandeel. De schrijver zal dan tegen 80 euro moeten leveren, maar heeft voor die leveringsplicht wel premie ontvangen.
Put Opties AEX
Put-opties
De koper van een put-optie krijgt het recht om de onderliggende waarde gedurende de looptijd tegen de uitoefenprijs te verkopen. Voor dat recht betaalt hij premie. Indien de koper van de put-optie van zijn verkooprecht gebruik wenst te maken, zal de schrijver de onderliggende waarde moeten kopen voor de uitoefenprijs. Hij behoudt deze plicht gedurende de looptijd en heeft als tegenprestatie de optiepremie ontvangen. Let wel: deze plicht vervalt als de schrijver gedurende de looptijd zijn geschreven optie weer terugkoopt. Tegenover het verkooprecht van de koper van een put staat dus een afnameplicht voor de schrijver.
Basisposities Optietransacties

Bij ieder optietransactie wordt door de koper de prijs van de optie betaald aan de schrijver. Deze prijs wordt de optiepremie of de koers van de optie genoemd. De koper van een optie kan nooit meer verliezen dan het bedrag van de betaalde premie ("limited downside risk"). Indien uitoefening van de optie tot verlies zou leiden, behoeft de koper immers geen gebruik te maken van zijn recht. De winst kan echter flink oplopen, afhankelijk van de koersbeweging van de onderliggende waarde ("unlimited upward potential").

De maximale winst van de schrijver is de ontvangen premie. Zijn risico is groter dan het risico van de koper. Voor de ontvangen premie heeft hij immers een verplichting op zich genomen. Aan die verplichting kan hij worden gehouden, ook bij een voor hem ongunstige koersontwikkeling. Om oplopende verliezen te voorkomen, kan de schrijver zijn positie sluiten door de geschreven optie " terug te kopen".

De positie die ontstaat door het kopen van een call-optie wordt vaak aangeduid met de Engelse term "long call". De koper van een call-optie maakt winst bij een stijging van de koers van de onderliggende waarde. Indien hij bijvoorbeeld een call-optie met uitoefenprijs 100 heeft gekocht, mag hij het aandeel gedurende de looptijd van de optie voor100 euro kopen. Bij een koers beneden de 100 zal de koper geen gebruik maken van zijn optierecht, aangezien daardoor het verlies zou oplopen. Stijgt het aandeel in koers naar 110 euro, dan mag de houder van de call-optie de aandelen nog steeds kopen voor 100 euro. Zijn optie heeft daardoor een intrinsieke waarde van 10 euro: het verschil tussen de beurskoers van het aandeel en de uitoefenprijs. Bij een verdere stijging van de aandelenkoers zal de call-optie met uitoefenprijs 100 eveneens verder in prijs stijgen.

Voorbeeld:
Stel dat een belegger een koersstijging verwacht van het aandeel ING. De koers van het aandeel is 50 euro. Hij koopt voor een premie van 4 euro een call april ING met een uitoefenprijs van 50 euro. Als nu de koers van het aandeel ING aan het eind van de looptijd van de optie is gestegen tot 65 euro, kan de houder van de call-optie door uitoefening van zijn recht een winst realiseren van 11 euro per aandeel. Hij mag immers de aandelen kopen voor 50 euro en kan ze verkopen voor 65 euro, terwijl op zijn winst de betaalde premie van 4 euro in mindering moet worden gebracht. De koper heeft voor zijn recht betaald: 4 euro * 100 (contractgrootte)= 400 euro. Zijn winst bedraagt 1100 euro. De procentuele winst is derhalve 275 procent. Zou hij daarentegen gewoon de aandelen hebben gekocht, dan bedroeg de aanvankelijke investering voor 100 aandelen 5000 euro. Zijn procentuele winst na de koersstijging komt op 1600: 5000= 0,32 ofwel 32 procent. De investering bij een transactie op de aandelenmarkt is dus aanzienlijk hoger terwijl het rendement lager ligt.
De call
De positie die ontstaat door het schrijven van een call- optie wordt in het Engels een "short call" genoemd. De schrijver van de call-optie heeft de koper het recht verleend, de onderliggende waarde voor de uitoefenprijs te kopen. Desgevraagd zal de schrijver voor die prijs moeten leveren. De koper van een call-optie anticipeert op koersstijging van de onderliggende waarde. De schrijver daarentegen verwacht een dalende of stabiele koers van de onderliggende waarde. Indien de koers van het aandeel beneden de uitoefenprijs van de optie blijft, zal de schrijver de onderliggende waarde niet hoeven te leveren. De ontvangen premie kan dan als extra inkomen worden beschouwd. Uitgaande van een geschreven call met een uitoefenprijs van 100, waarvan de premie 4 euro bedraagt, geeft de short call het volgende resultaat op de afloopdatum.